Vandaag willen we proberen om naar Staffa en Lunga te gaan. Staffa is een klein eiland (een onherbergzaam groot basaltblok in de zee) met een beroemde grot: Fingal’s Cave. Als we uit de ankerplek zijn (na eerst een grote pluk zeewier van het anker gehaald te hebben) waait er een aardig windje en als we uit de luwte van Mull zijn staan er ook wel wat golven. Staffa biedt weinig bescherming en we vragen ons af hoe het in deze condities gaat zijn.
Als we aankomen is het meteen duidelijk dat de indicatie “bij rustig weer en rond laag water” er niet voor niets staat. Je kunt er lastig voor anker, maar met het bijbootje proberen te landen op een stenen trap terwijl 2m golven er overheen slaan wordt pas echt een uitdaging. We kijken nog even goed en vervolgen onze weg….

Onze volgende stop is Lunga, dat onderdeel uitmaakt van de Treshnish eilanden. Het eiland is langer en hoger dan Staffa en heeft een (bij de huidige ZW wind) beschutte ankerbaai. Lunga staat bekend voor zijn enorme vogelpopulatie – alleen al de iconische kolonie Atlantische Papagaaiduikers telt zo’n 13.000 vogels. Men zegt dat er zo’n 50 soorten vogels zijn (waar wij er toch 11 van hebben gezien/herkend).
Het eiland trekt ook veel toeristen. Om aan land te komen op de rotsige kust is er een slimme oplossing bedacht. In de baai liggen 2 drijvende pontons. Een tourboot maakt vast aan zo’n ponton en vaart ermee naar de kust. De ponton wordt met het uiteinde op de rotsen geduwd en de toeristen gaan aan land.
Wij moeten het met de bijboot doen. We zoeken een smal maar rustig baaitje uit en laten het anker vallen. We zitten nog een tijdje aan boord om te kijken of we goed (blijven) liggen, laten vervolgens de bijboot in het water zakken en doen de motor erop en dan varen we naar de kant om een goed plekje te zoeken. Meike vaart met vaste hand richting de kant, geeft op het laatste moment nog een beetje gas en tilt dan de motor omhoog. Ik stap aan de voorkant op de kant… we zijn er. We maken de boot vast aan een steen en gaan het eiland op.

We beginnen met een klim omhoog en lopen meteen tussen de puffins (papagaaiduikers). Ze gaan rustig hun eigen gang en trekken zich niets aan van de vele toeristen. In totaal wandelen we 2 uur rond over het eiland en kijken onze ogen uit. De nieuwe camera van Meike komt hier goed van pas…. een kleine selectie staat hieronder (klik op de foto’s voor een vergroting).
Dat het advies om rond laag water te komen ook hier nuttig is, blijkt wanneer we terugkomen bij de bijboot. Deze ligt hoog en droog op de kant. Het is een half uurtje slepen en duwen maar dan drijven we weer. Terug bij de boot bergen we de bijboot weer op en vervolgen we onze tocht….naar Tobermory.















