Schotland is rijk aan talloze volksverhalen, verhalen die vaak al eeuwenoud zijn en duizenden jaren lang door barden, verhalenvertellers en rond kampvuren zijn doorgegeven. Een reis door Schotland kan bijna niet zonder een ontmoeting met een stukje van deze vaak pre-Keltische en Keltische geschiedenis. Zo begon mijn eigen onderzoek op het eiland Jura, waar al snel verschillende oude verhalen opdoken.
Ik wil beginnen met het verhaal van de Cailleach Beira, ook wel De Koningin van de Winter. “Cailleach” is een Gaelic woord dat vertaald kan worden als oude vrouw of hag, een soort heksachtige figuur uit de folklore. Volgens de legendes liep zij al over het landschap van Schotland nog vóór de geboorte van de goden en godinnen. Met een hamer en een creel (een zelf gevlochten draagmand op de rug, vastgemaakt met leren riemen) gevuld met enorme rotsen, zou zij het landschap van Schotland hebben gevormd.Zo plaatste ze bergen, liet ze lochs ontstaan en gaf ze de bossen ruimte om hoog en dicht te groeien.
Op een dag liep Beira langs de westkust met haar creel, toen één van de riemen brak. De rotsblokken rolden uit de mand en belandden in zee. Woedend draaide ze zich om om de schade te bekijken, maar toen ze zag hoe mooi het landschap was geworden, besloot ze het zo te laten liggen.
Zo ontstonden de Outer Hebrides.


Ik was Beira al eerder tegengekomen, bij Ben Nevis. Daar zou Beira gedurende de zomermaanden slapen, wachtend tot Samhain, het oude Keltische nieuwjaar op 1 november, aanbreekt. Aan het einde van oktober kruipt zij uit haar berg en strekt ze zich uit. Na maandenlang rusten is haar plaid, haar wollen sjaal, niet langer wit maar vies en grauw. Daarom reist ze naar het noordelijkste puntje van Jura. Tussen Jura en het eiland Scarba ligt een diepe zeestraat met de beroemde draaikolken van de Corryvreckan, vertaald als “de ketel van de plaid”.
Daar wast Beira haar sjaal. Terwijl zij dat doet ontstaan enorme draaikolken en staande golven die tot wel negen meter hoog kunnen worden. De Corryvreckan is zo krachtig dat haar gesuis tot wel dertig kilometer ver te horen zou zijn. Wanneer haar plaid eindelijk weer wit is, legt zij die uit over de bergtoppen om te drogen. Zo breekt de eerste sneeuw aan, het teken dat Beira opnieuw is teruggekeerd om met strenge hand over Schotland te heersen. Toen wij langs de Corryvreckan voeren, hoorden wij nog niets, al zagen we wel stroomrafelingen in het water. De Cailleach slaapt natuurlijk nog.

Het tweede verhaal dat opdook was het verhaal van de “Paps of Jura”, zo genoemd door hun gelijkenis met borsten. Het woord pap is afkomstig uit het Oudnoors en betekent borst. De Paps bestaan uit drie bergen. De hoogste is Beinn an Òir, de “berg van goud”. Daarnaast liggen Beinn Shiantaidh, de “heilige berg”, en de lagere Beinn a’ Chaolais, de “berg van de Kyle”.

Het verhaal gaat zo…. er woonde heel lang geleden een Cailleach op Jura, die een magische bol van draad had. Met deze bol kon zij alles en iedereen naar zich toe trekken, waaronder de oude MacPhie van Colonsay, een eiland tegenover Jura. Meerdere keren had hij geprobeerd met zijn boot terug te varen naar zijn geboorteplaats. En telkens wanneer de Cailleach het ontdekte, gooide zij haar bol uit en trok ze MacPhie weer terug in haar greep.
Verslagen deed MacPhie alsof hij zich had neergelegd bij zijn gevangenschap. Wat de Cailleach niet wist, was dat hij ontdekt had dat het draad gebroken kon worden met haar eigen magische bijl. Met de bijl, die hij stiekem had kunnen pakken, vertrok hij opnieuw in zijn boot. Toen de Cailleach daarachter kwam, klom ze naar de top van Beinn an Òir om hem terug te halen. Ze wierp de bol naar zijn schip, maar MacPhie sneed het draad doormidden met de bijl.
In wanhoop gleed zij van de berg naar beneden richting de kust, smekend of hij terug wilde keren, maar MacPhie weigerde. De sporen die haar hakken in de bergwand maakten zijn nog steeds te zien wanneer je langs de zuidwestkust van Jura vaart…. Deze worden daarom ook Sgriob na Cailich genoemd: de groeve van de Cailleach.
Naast alle verhalen die nog steeds in Schotland worden doorverteld, bestaan er ook verhalen die, net als een kampvuur, zijn uitgedoofd. Verhalen die nooit zijn opgeschreven, vergeten werden door de tijd of waarvan alleen de plek nog is overgebleven.. Zo liepen wij op Jura naar de stenenrij van Carragh a’ Ghlinne, een rij staande stenen waarvan er nog één overeind staat. De naam betekent “Steen van de Glen” (het dal) maar het verhaal dat ooit bij deze plek hoorde is ergens in de tijd verloren gegaan.


Hoi Anne-Meike,
Heel leuk om te lezen over jullie avontuur, en wat een prachtig verhaal! Ik zal het uitprinten en aan Hidde en Abe voorlezen. Ik hoop dat het goed met jullie gaat daar in Schotland en op zee! Toch maar goed dat de Corryvreckan wat rustiger was toen jullie er voeren… 🙂
Groeten!
Renée (van het Mereltje)
Hoi Renée, bedankt voor je lieve reacties!
Vonden ze de verhalen mooi? doe ze maar de warme groetjes vanuit zee!
Heerlijk die verhalen, fijn dat je ze deelde. Die oude culturen hebben veel moois te vertellen. Geniet van jullie reis.