Na de beklimming van de Storr hadden we Portree ook wel ‘uitgespeeld’. We hebben nog wat verse groente en fruit gehaald bij de Co-op en zijn teruggegaan naar de boot. Na een lunch met salami-tosties besloten we om door te varen naar het kleine eiland Rona, ten oosten van Skye. Het heeft een zeer beschermde ankerbaai waar we willen gaan liggen.
Wikipedia biedt het volgende over Rona:
Writing in the early 18th century, Martin Martin recorded that “this little isle is the most unequal rocky piece of ground to be seen anywhere: there is but very few acres fit for digging, the whole is covered with long heath, erica-baccifera, mertillus, and some mixture of grass; it is reckoned very fruitful in pasturage: most of the rocks consist of the hectic stone, and a considerable part of them is of a red colour.“
On the west side of the island is a secure and picturesque natural anchorage, An Acarsaid Mhòr, protected by the small island of An t-Eilean Garbh. The writer Malcolm Slesser described it as “a delightful little fjord, and superb harbour for small boats. Pink felspar cliffs drop steeply into the water, and small lush woodland lends a touch of luxury.“

We komen aan tegen het einde van de middag. Er liggen een paar boten, waaronder een prachtige, oude houten tweemaster (120 jaar oud blijkt later die met een kleine bemanning en een groep gasten rond zeilt in de westkust van Schotland. Er is nog een vrije mooring die wij oppikken. We liggen heel stil en rustig en worden begroet door een tiental zeehonden die loom op een rots liggen. We gaan met het bijbootje naar de drijvende steiger en lopen naar het kleine huisje wat ernaast staat. Daar ontmoeten we een bemanningslid en een paar van de gasten van de Bessie Ellen, de tweemaster, waar we een tijdje mee staan te praten.
Het eiland is recent gekocht door een hedge fund manager uit de city, die er zo nu en dan is, en wordt beheerd door Steve, de Island Caretaker, die hier nu 8 maanden alleen woont. Zijn vriendin (“High heels, makeup, purse… a real lady” vindt het hier een beetje stil en houdt niet zo van de zee.

Hij houdt de boel in de gaten, repareert dingen en samen met de vorige caretaker beheren ze de populatie wilde herten op het eiland. Dit betekent dat er ook hertenvlees is. In het huisje staat een kleine vriezer met venison steaks en venison burgers. We kopen een biefstuk die we onder in het ruim laten ontdooien en morgen zullen eten.
We gaan terug naar de boot en maken avondeten en slapen daarna heerlijk op deze stille plek.
De volgende ochtend is het windstil en spiegelglad. In de loop van de ochtend vertrekken alle andere boten. Wij schuiven naar een andere mooring die nog wat meer midden in de baai ligt. Het wordt laag water en een paar van de zeehonden verschuiven naar de rots waar we vlak naast liggen:

Meike gaat met het bootje naar de wal om een wandeling te doen naar Church Cave, aan de andere kant van het eiland en ik blijf aan boord om wat werk te doen en een lier te repareren die helemaal vast zit. In de middag wordt het wat regenachtig maar niet koud en zitten we relaxt in de dektent te lezen. ’s Avonds bak ik de hertenbiefstuk die we – heel Engels – eten met mash & peas…. Het smaakt heerlijk en morgen gaan we ook nog de burgers halen.
We kijken naar het weer en besluiten om ook morgen nog te blijven. We hebben in de ochtend allebei een telefoontje wat we moeten doen en de wind is minder gunstig dan vrijdag. Dan zullen we naar Stornoway varen, op het eiland Lewis in de Outer-Hebrides. Daar zullen we een paar dagen in een marina liggen (watertank vullen, dieseltank vullen, boodschappen doen, wasje draaien,… douchen!) en wachten op een goed moment om de oversteek van 1 etmaal te maken naar Stromness op Orkney.
De wandeling naar Church Cave (door Anne-Meike)
De dag ervoor had een deel van de bemanning van de Bessie Ellen ons gewaarschuwd voor de midges in het bos en tijdens hun wandeling naar Church Cave. Dus gewapend met een flesje Smidge in mijn tas ging ik op pad. Ik heb er echter geen gezien; het was namelijk een grauwe dag met wat meer wind en af en toe wat regen, wat als kryptoniet is voor een midge.

Het eerste deel van de wandeling liep over een kiezelweg die gebruikt wordt om met een auto bij de lodges verderop te komen. Maar zodra een bordje aangaf dat ik van de weg af moest, veranderde het in een pad door het heuvelachtige landschap. Vanaf dat punt werd het ook een stuk “boggier”, met hier en daar een plank waar je overheen kon lopen. Het pad werd aangegeven door paaltjes die om de zoveel meter stonden. Soms was er een duidelijk pad zichtbaar, en soms was het vooral te zien waar eerdere wandelaars hadden geprobeerd de natste stukken te vermijden.
Bijna aan het einde kwam ik twee mensen tegen die net bij Church Cave waren geweest. Zij vertelden me dat het nog een stukje naar beneden was en dan zou ik er zijn. Dat laatste stuk was denk ik ook het lastigste. Een steile afdaling over grote rotsen, nat gras en modder, terwijl op sommige plekken kleine stroompjes naar beneden liepen. Beneden aangekomen stond ik voor een enorme rotswand, waarin oranje, rode en bruine tinten door het gesteente aderden.
In de grot stond een gastenboek, waar ik iets in heb geschreven. Wat deze plek bijzonder maakt, is dat de bewoners van Rona vroeger soms op een zondag wel drie keer naar deze grot liepen om te bidden. Om dat even naar de moderne tijd te vertalen: dit is een van de weinige plekken op het eiland met 4G. Dus de moderne mens zou misschien drie keer per dag hierheen wandelen om even zijn mail te checken.
Terug bij het normale pad besloot ik ook het andere bordje te volgen: Meall Acairseid, het hoogste punt van Rona. Met zijn 125 meter hoogte is “berg” misschien een groot woord, maar op dat punt is heel Rona zichtbaar.
Terug in de baai heb ik nog een tijd gepraat met Steve, de enige inwoner van het eiland. Hij was bezig met het regelen van de wifi voor de moorings. Wat een interessant verhaal had hij. Hij heeft van alles gedaan, van militair tot werken voor Claudia Schiffer. En uiteindelijk de overstap naar het beheren van een afgelegen Schots eiland.





Wat heerlijk om mee te lezen, lieve Meike en Ronald. Leuke verslagen van al jullie belevenissen. Het klinkt allemaal ontspannen en interessant.
Geniet verder en nog een behouden vaart!
Hoi Danielle. Dank je wel…. Wij gaan nu de westkust van Schotland achter ons laten en varen naar Stornoway op de Outer Hebrides. Daarvandaan zullen we de oversteek maken naar Orkney